donderdag 28 maart 2013

Reorganisatie

In een paar jaar tijd hadden we vijf collega's zien vertrekken uit ons team. Ons werk was het behandelen van bezwaarschriften en dat was een vrij secuur werk, waarbij het formeel-rechtelijke gedeelte veel tijd in beslag nam. Het is goed dat de burger beschermd wordt, maar soms zouden we willen dat het allemaal wat simpeler kon. Onze brieven bestonden voor drie-kwart uit formeel gedoe, de inhoudelijke kant van het verhaal kreeg heel wat minder aandacht. Geen wonder dus dat er geen vrijwilligers binnen het gebouw waren om onze gelederen te versterken. Al wat er aan versterking binnen kwam waren twee administratieve krachten die wat papierwerk en registratie-gerommel konden overnemen.

                                          Staatssecretaris Weekers

Het was dus geen wonder dat we achterstanden kregen. Maar er werd aandacht aan besteed, we kregen een nieuwe manager. Hij had verder geen idee waar we mee bezig waren, maar hij hield de voortgang van het werk in de gaten en tevens het ziekteverzuim. Het leidde tot het "oppoetsen van de resultaten", overzichten zagen er goed uit, maar waren niet echt gebaseerd op de werkelijkheid.
De achterstanden bleven oplopen, net als op andere kantoren van de Belastingdienst. Dit veroorzaakte vragen in de Tweede Kamer: de staatssecretaris werd op het matje geroepen. Er moest wat gebeuren!
Jan met de Pet zou het wel weten: meer mankracht. Maar zo dacht de politiek er niet over en het hoger management evenmin.

                                          Het Belastinggebouw

De oplossing werd snel gevonden. Reorganisatie! Landelijk werd besloten om het werk te centraliseren. Dat betekende dus dat in onze regio drie afdelingen, die alle met achterstanden kampten, werden samengevoegd.
In mijn ogen voeg je dan drie gaten samen tot één groot gat, maar het hoger management wist al van tevoren dat de reorganisatie een groot succes zou zijn.
Het idee was volkomen tegengesteld aan de mogelijkheden die er inmiddels waren om plaats-onafhankelijk te werken. Dankzij internet en andere communicatiemiddelen was het mogelijk om letterlijk overal je werk te doen. Maar er bleek weer eens een groot verschil te zijn tussen kunnen en willen. Het is management eigen om de boel lekker op een kluitje te hebben, met goed zicht op de werkenden.

En dus kreeg onze afdeling te horen dat we allemaal vrijwillig in de provinciehoofdstad zouden gaan werken.
Het zou voor ons allemaal minimaal één uur extra reizen betekenen, voor sommigen zelfs bijna twee. En een groot gedeelte van de reis zou gedaan moeten worden in overvolle bus. Dat zou regelmatig resulteren in een staanplaats. In plaats van werken op een kamer, die gedeeld werd door twee personen, zouden we op een grote zaal moeten gaan werken. Maar, werd er bij gezegd, er zou met persoonlijke omstandigheden rekening worden gehouden. Tijdens de vergadering waarin dit verkondigd werd, zag je de vraagtekens bij de medewerkers op de voorhoofden staan. En iedereen was het met elkaar eens: geen denken aan dat we daar naar tie zouden gaan!



De manager ging met ons allen apart in gesprek en er werd een vragenlijst afgewerkt. Je kon je bedenkingen en bezwaren tegen deze overplaatsing - die we geen overplaatsing mochten noemen - bij hem melden. Hij schreef het allemaal keurig op en bedacht zelf ook nog wat dingetjes erbij. Ik vond ze bij mij wat vergezocht, maar hij stond erop dat het werd vermeld. Mijn bezwaren waren van medische aard en ik vond dat zelf al voldoende om mij niet te verplaatsen. Het heen en weer reizen zou mij in moeilijkheden gaan brengen.
De gesprekken leidden tot veel tijdverlies en onrust, ieder voor zich bracht verslag uit aan de collega's.



De volgende stap bestond uit gesprekken met management laag 1. Onze manager zat in laag 2; er bestond ook nog een laag 0, maar dat waren mensen van een andere planeet.
Het management laag 1 had al laten weten dat ze met de betrokkenen zouden blijven praten tot ze besloten om vrijwillig "mee te gaan." Dus kregen sommige mensen wel vijf gesprekken waarin bedekte dreigementen werden geuit. Er zou "geen werk" voor achterblijvers zijn, het was erg slecht voor je carrière en meer van dat al. Het resulteerde in urenlange onderlinge gesprekken waarin de zorgen werden gedeeld. Het bleek een "gevecht" geworden van elke afzonderlijke medewerker tegen het complete management. Geen wonder dat er na een aantal maanden nog maar een paar onwilligen waren. Mijn kamergenoot was daar één van; ik herinner me nog goed hoe hij eens witheet van woede terug kwam van zo'n gesprek en linea recta naar huis ging.
Bij anderen werd sneller een oplossing, een compromis gevonden: ze mochten één dag op hun oude plek werken.



Inmiddels waren een aantal maanden verstreken, er was in februari gestart met de eerste gesprekken en de zaak moest op 1 juli rond zijn. Er waren nog twee weken te gaan en ik had nog niets gehoord, evenals een collega die zich met krukken moest verplaatsen. Kans op verbetering van haar situatie was er niet. Voor mij was het onbegrijpelijk dat het management ook haar zo lang in verwarring liet.
Ik kreeg een oproep voor een onderzoek door de bedrijfsarts wegens ziekte. Ik had al twee maanden geen dag verzuimd, dus dat kwam wat raar over. Vooral de dreigende taal die er op het formulier werd geuit over consequenties bij niet verschijnen, viel me rauw op het dak. Het was me al snel duidelijk dat er geen enkele rechtsgrond was om mij op te roepen, maar ik besloot wel te gaan. Iemand moest het management toch adviseren omtrent lichamelijke gebreken en dat was hij.



Bij binnenkomst bij de bedrijfsarts maakte ik duidelijk dat ik daar uit eigen beweging verscheen. Zijn brief was volkomen onjuist. Hij gaf het gelijk toe. De Irakese arts had geen kans gezien om de brief aan te passen.
Zijn Nederlands was vrij beroerd, evenals ons gesprek. Ik legde hem mijn situatie omstandig uit, eigenlijk zonder hoop dat hij er iets van zou begrijpen. Ik begreep zelf wel dat hij wilde zien wat mij mankeerde en ik deed wat hij verlangde en kleedde me gedeeltelijk uit. Je moet stekeblind zijn om niet te zien wat er mis is. Ja, dat was niet best. Dat zag hij ook wel. Maar terwijl ik me weer aankleedde verkondigde hij plotseling in keurig Nederlands: "Ik zie geen beletsel voor u om verplaatst te worden en heen en weer te reizen."
Het was zijn eerste en laatste volledige en correcte Nederlandse zin. Ik vond het maar raar.
Ik zou een verslag krijgen, begreep ik.



Het verslag kwam. Het heette "Evaluatie van Revalidatieperiode van de Medewerker".
En erin stonden toch heel wat van mijn woorden, maar waar de conclusie zou moeten zijn: Niet verplaatsen stond: Geen beletsel voor medewerker om verplaatst te worden en heen en weer te reizen.
Één exemplaar was naar mij gezonden en een ander exemplaar naar het hoger management. Er ging nog dezelfde dag een geïrriteerd mailtje van mij richting hoger management. Ik uitte mijn bedenkingen tegen dit document. Volgens mij had dit geen enkele waarde en ik bood de heren aan om één en ander toe te lichten.



Er waren nog acht dagen te gaan voor 1 juli. En de laatste week had ik verlof; ik zou weer naar Engeland gaan. De dagen gingen voorbij. Op een dag hadden we teamoverleg, onze manager was op vakantie gegaan. Een van ons moest het overleg leiden. Op onze vragen kon hij alleen antwoorden: "Ik weet net zo weinig als jullie." Een paar zaten erbij alsof ze elk ogenblik in tranen konden uitbarsten, anderen leken witheet van woede en bij de rest overheerste de berusting. Onverrichterzake gingen we maar weer uiteen.

Op één van de volgende dagen zat onze vorige manager op de kamer naast mij. Hij was inmiddels belast met heel ander werk, maar had ons al laten weten de hele gang van zaken schandalig te vinden. Hij liet me een mail zien bestemd voor het management, laag 0. Het was een vlammend betoog, waarin het management zelfs werd verweten over lijken te gaan. Op mijn advies werd de mail iets gematigd, maar het was nog altijd vreselijk fel. De volgende dag bleek hij al een reactie te hebben gekregen. Een waarschuwing van management laag 0 dat hij de mail niet mocht publiceren, anders zou dit kwalijke gevolgen hebben. Men was uiteraard niet blij toen hij liet weten dat de mail overal op ons netwerk was te lezen.



Het was de laatste dag voor mijn verlof, om vier uur de volgende dag zou ik naar Engeland gaan.
Mijn vorige manager zat tegenover mij te werken en ik probeerde nog gauw wat zaken af te handelen voordat het vijf uur was. De uren verstreken; hij was het met me eens dat het vreemd was dat ik nog niets had gehoord over mijn mail naar het management. Inmiddels was de afdeling al aan het inpakken: de volgende week zou iedereen verhuisd worden naar het kantoor in de provinciehoofdstad. Collega's vroegen of ik niets moest gaan pakken. Maar ik verkeerde nog steeds in onwetendheid over mijn lot.

Om vijf voor vijf was ik bezig mijn computer af te sluiten toen ik een mailtje hoorde binnenkomen. Voor de zekerheid ging ik toch even kijken. Het was een uitnodiging voor een gesprek met het management, om 15:30. Dus dit varkentje (ikzelf) zou binnen een half uur worden gewassen en dan kon ik daarna mijn frustraties in mijn week vakantie kwijt raken. Dit ging me te ver en ik belde naar de afzender, een secretaresse en schold haar stijf.
Mijn oude manager keek bevreemd toe: hij had me nog nooit boos gezien. De secretaresse vroeg me even te wachten en kwam binnen vijf minuten met een ander tijdstip: 11:30. "Kan nog net voordat de heren naar de andere vestiging gaan."



De volgende dag was ik er net zo aan toe als de collega's die ik eerder een gesprek had zien ingaan. Totaal opgefokt, de adrenaline spoot me de oren bijna uit. Ter bescherming van mezelf vroeg ik aan een collega of hij me niet wilde vergezellen en me tegenhouden als ik de heren managers dreigde te gaan aanvliegen. Gelukkig wilde hij dat wel en gelukkig ook vonden de heren managers dat goed.
De één had een agenda voor zijn neus liggen en de ander een wit vel papier. Ik kreeg eerst een heel verhaal te horen over het belang van de reorganisatie, over neuzen die één kant opstaan en meer van dat al.
Ik onderbrak het geraaskal en vroeg om over mijn situatie te praten.



Ze keken me onderzoekend aan. Ik vroeg of ze mijn formulier hadden gezien met de bedenkingen tegen de verplaatsing. Dat hadden ze duidelijk niet, het werd me helder dat van niemands formulier ook maar één letter was gelezen. "Maar we zitten hier wel maatwerk af te leveren!" werd me te kennen gegeven.
Ik schetste mijn verbazing over de gang van zaken bij de bedrijfsarts en vertelde over mijn situatie. Er werd met de hoofden geschud en ik werd nog bozer: ik verweet de heren mij in de WAO te drukken door hun beleid. De koppies gingen scheef. Ik gaf aan nog maar even te blijven werken; waarom mij die tijd onmogelijk gemaakt werd, was me niet duidelijk. "Hou oud ben je eigenlijk?" werd me gevraagd.



Ik was boos weggegaan, terwijl mijn collega bij de heren was gebleven. Op weg naar mijn kamer werd mij door anderen een aantal keren gevraagd hoe het gegaan was. Veel meer dan een woedend gesnuif bracht ik niet uit. Ik besloot om naar huis te gaan en begon mijn bureau leeg te ruimen. Eerst mijn computer uitzetten. Een nieuw bericht!
De collega, die met behulp van krukken moet lopen, stuurde me een e-mail waaruit bleek dat ze mocht blijven. Dat was fijn voor haar, maar niet meer dan logisch.



Plotseling kwamen de heren managers mijn kamer binnenlopen. "Je mag toch in dit kantoor blijven, we wisten niet dat je nog maar zo kort wilde blijven werken."
Ik kreeg zelfs te horen in welk team ik voorlopig zou worden geplaatst: mijn eigen team werd immers verplaatst. Sommige medewerkers feliciteerden mij. Ik vond het zelf een vreselijk droevig makende bedoening. Voordat ik vertrok regelde ik waar mijn spullen naar toe verhuisd zouden worden, zodat ik ze bij terugkomst weer zou kunnen vinden. Het was nog niet bekend waar mijn nieuwe werkplek zou zijn en welke taken ik zou krijgen.

Na een week heerlijk te zijn bijgekomen, kon ik inderdaad mijn spullen snel terug vinden. Een plekje vinden voor die spullen was een ander verhaal. Gelukkig was mijn nieuwe manager op vakantie en kon ik op zijn plaats zitten. Maar de situatie veranderde snel: binnen een week werd ik driemaal in een ander team geplaatst. Ik bleef maar heen en weer gaan met mijn spullen! Van de eerste naar de derde etage, dan weer een paar kamers verder en dan weer naar de eerste etage terug. Het meest wonderlijke was nog wel dat ik uiteindelijk op een kamer terecht kwam tegenover mijn voormalige kamer.
Maar ik vond alles best en had ook vrede met het inhoudelijk veel lichtere werk dat ik kreeg opgedragen.

                                          Staatssecretaris Weekers

Binnen een maand waren twee medewerkers van mijn oude team terug en anderen van het team zag ik meer en meer binnen ons gebouw.
Na een half jaar werden er alweer vragen gesteld in de Tweede Kamer: de achterstanden waren groter dan ooit. De staatssecretaris verkondigde dat er task-forces zouden komen omdat de achterstanden weg te buffelen. Elk kantoor moest een aantal mensen leveren.



En dus kreeg ik mijn laatste manager op bezoek. ook hij moest iemand leveren en hij dacht meteen aan mij.
Ik vond dat best, wilde het werk heus wel doen. Maar dan wel op mijn eigen plek. Natuurlijk mocht dit niet en werd er iemand anders aangewezen die eerst moest worden ingewerkt en zijn reistijd kreeg gecompenseerd met minder werktijd. De task-force zou eerst binnen drie maanden klaar zijn, dat werden er later vier en nog weer later zeven. En er werd wat druk op deze mensen gezet: misschien wilden ze wel in de provincie-hoofdstad blijven werken.



Inmiddels ben ik alweer acht maanden weg, heb nog geen moment heimwee gehad en zie geregeld negatieve berichten in de pers over de belastingdienst. Verder hoor ik geluiden over dat de medewerkers de vuile was vooral niet buiten mogen ophangen. Men wordt bang gemaakt om kritiek buiten de deur te spuwen.
De laatste berichten die ik lees zijn afkomstig van de vakbond waar ik als werkende lid van was. De medewerkers zien met lede ogen hoe slecht het eigenlijke werk tegenwoordig wordt gedaan.
Maar goed dat ik weg ben!

Het laatste bericht dat ik tegen kwam over de Belastingdienst: http://www.nu.nl/economie/3382792/belastingdienst-laat-35-miljard-euro-liggen.html
============================================================


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen