woensdag 23 januari 2013

Sonja

   Ze zit schuin voor me in de rij, zo vlakbij maar voor mij zo ver weg. Als ze haar hoofd beweegt kan ik door haar half lange blonde haar het blanke vel van haar nek zien. Ze is zo ongenaakbaar, wij jongens zijn bijna bang voor haar. Met sommige meisjes kan je praten, kan je lachen, maar met Sonja hoor je dat niet te doen en ik al helemaal niet. Dat praten en lachen doe ik trouwens ook bijna niet met die anderen.

   Ik denk aan de klasse-foto. Alweer zo'n vreselijk geval waar mijn ouders blij mee waren. Ik zag mezelf, de fotograaf had me maar tussen de meisjes gezet. Ik was zo verrekte klein, de meeste jongens van mijn leeftijd zijn een kop groter. Zelfs tussen de meisjes leek het alsof iemand zijn kleine broertje had meegenomen, of dat de fotograaf een lolletje had uitgehaald door er een jochie van de basisschool tussen te zetten. En dan had ik ook nog die vreselijke coltrui aan die Oma had gebreid. "Ze zal zo trots zijn, als ze die foto ziet!" Nou, ik niet: het ding kriebelde verschrikkelijk: het leek wel of ik vlooien had en die col zat bijna tot over mijn lippen.



  Oei, de biologie-leraar vraagt me wat. Zag zeker dat ik zit te dromen. Maar ik weet het antwoord perfect. Sonja draait zich om en kijkt naar me. Ze glimlacht, ik krijg een kop als een biet en de leraar zegt toch nog even dat hij graag heeft dat ik er bij blijf. Ik zeg maar niks; Sonja kijkt nog steeds, nu een beetje bezorgd. Ik kijk maar omlaag, leg het lesboek maar recht en de leraar gaat gelukkig verder met zijn verhaal.

   In de pauze ga ik het bos in, achter de school; ik heb geen zin om in de aula mijn twee sneetjes te eten. Geen zin om naar die domme grapjes van de jongens te luisteren. Het is druk in het bos, veel mensen uit de buurt wandelen hier graag. Het zal niet veel voorkomen, een bos middenin een stad. Ik probeer de mensen te ontwijken, heb het idee dat ik in mezelf aan het praten ben. Straks belt er nog iemand naar de G.G.D. of zo omdat er een gek in het bos loopt. Sommige van die oudjes, die ik tegenkom, kijken zo raar naar me.



   Na de pauze is er een blokuur wiskunde. Dat is fijn, soms kan ik zelfs anderen helpen. Dat gebeurt ook nu. We moeten voor onszelf werken in het tweede uur en Fred, die naast me zit, snapt het weer eens niet. Het verbaast me elke keer weer dat de anderen dit niet snappen. Maar ik ben geduldig en leg het heel rustig uit.
"O, op die manier! Waarom vertelt Perdeck dat niet zo?" Ik gloei een beetje van trots en kijk op van het werk. Ik kijk recht in de ogen van Sonja. Ze heeft meegeluisterd. "Dankjewel", zegt ze geluidloos.

   Op weg naar huis zit ik half te zingen op mijn fiets. Ik weet dat ik een indrukwekkende melodie heb bedacht. Zo jammer dat ik nog steeds geen muziek kan schrijven; ik zou het thuis moeten kunnen opschrijven. Ik denk aan Sonja en kan nog harder fietsen dan anders. Ik vlieg over het viaduct. In een nieuw record kom ik thuis.
================================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen