vrijdag 25 januari 2013

De commissaris

   In mijn periode als waarnemend chef de bureau had ik een prima contact met het Hoofd van de Eenheid Hilversum I, de Heer Inspecteur Metselaar. Ik regelde alles en hij tekende ongezien alles wat ik hem voorlegde. Je had voor bijna alles de handtekening van het Hoofd nodig. Het boeide de man in het geheel niet, hij deed zuchtend wat gedaan moest worden en was altijd weer blij als ik met de map zijn kamer verliet. Prettige avond, mijnheer en Avond, Steeg was het hoofdbestanddeel van onze conversatie.

   Toen mijn werkterrein weer bestond uit het behandelen van aangiften en bezwaarschriften inkomstenbelasting was dit innige contact geheel weg. Het verbaasde me daarom enorm toen hij me belde en me vroeg even bij hem langs te komen. Wat zou het zijn? Een onverwachte promotie? Of een verlate dankbetuiging voor al het werk dat ik destijds in die maanden had verricht?
Het bleek om wat anders te gaan: Ik krijg klachten over je. Mijn vrind Commissaris Van der Moolen vertelt me op de Lyons-club dat je hem vervelende brieven stuurt.



   Ah, ik wist meteen waar het over ging. In zijn biljet had hij een paar duizend gulden afgetrokken voor iets dat  volgens de wet helemaal niet was toegestaan. Ik had hem dit een keurige brief uitgelegd, met vermelding van het wetsartikel en de bladzijden van de belasting-almanak waar uitleg te vinden was. De Commissaris had mijn uitleg echter niet geaccepteerd en bezwaar gemaakt. En dit bezwaar had ik in behandeling. Opnieuw had ik hem gewezen op de wetsartikelen en de uitleg. En hem netjes gevraagd om mij - als hij het niet met mijn relaas eens was - te vertellen waarop hij zijn afwijkende mening baseerde.

   Ik legde het hele verhaal uit aan het Hoofd. Hij leek geduldig te luisteren, maar aan zijn ogen kon ik zien dat hij eigenlijk met zijn gedachten bij een spelletje golf was of iets dergelijks. Hij was kort en duidelijk in zijn reactie: Op de Lyons Club vonden ze het belachelijk en daarom droeg hij me op om de Commissaris alsnog gelijk te geven. Ik bracht ertegen in dat dit tegen de wet indruiste en dat ik dat niet zomaar deed.
Ik geef je de opdracht en als je weigert, zie ik dit als het weigeren van een dienstopdracht. Verder ging hij niet, hij ging opzichtig één of ander document zitten lezen en negeerde me volkomen.



   Boos liep ik de deur uit. Moest ik me zo laten piepelen? Terug op mijn kamer mopperde ik wat met mijn kamergenoot, die het uiteraard met me eens was. Maar alles goed en wel, ik moest wel wat doen. Op naar mijn vakbondsvertegenwoordiger die hetzelfde werk deed als ik. Ook hij was het me eens, maar hij zette me wel aan het denken. Metselaar zou me kunnen ontslaan; ik zou dit dan aanvechten, maar de procedures duren jarenlang. Wil je dit jezelf en je gezin aandoen? Voor een paar duizend gulden aftrek?

   Ik zou dus tegen de wet in moeten gaan om mezelf problemen te besparen. Maar dit geintje zou me - wegens het negeren van de wet - ook dan in problemen kunnen brengen. Als de Landelijke Accountantsdienst dit zou opmerken, zou ik ook kunnen inpakken. Mijn kamergenoot opperde dat ik op verschillende plekken kon vastleggen dat ik handelde in opdracht van het Hoofd om zodoende mijzelf te kunnen vrijwaren. Het was de minst slechte oplossing en ik besloot aldus te handelen. En daarna probeerde ik het te vergeten, het één en ander had me een heel smerig gevoel gegeven.



   Een paar maanden later kreeg mijn kamergenoot de volgende aangifte van Commissaris Van der Moolen onder ogen. De aftrek stond er deze keer niet in. Hij dook nog eens in het dossier om mijn correspondentie na te lezen. Maar alles was verdwenen, ook mijn aantekeningen waren verwijderd evenals de vastlegging  van de gang van zaken die ik achterin het dossier had "verstopt".

   Een paar maanden later schitterde ik door afwezigheid bij de afscheidsreceptie van de Heer Inspecteur Metselaar. Zo'n man wilde ik geen hand geven en al helemaal niet een fijn pensioen toewensen.
================================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen