zondag 13 januari 2013

Neut

   Toen ik voor de eerste keer door het belastingkantoor werd geleid en voorgesteld aan mijn nieuwe collega's, was ik vooral blij toen ik een stevige jongeman zag met een bierbuik en erg lang vettig haar. Het hing tot halverwege zijn schouders en gaf me een veilig gevoel: mijn haar hoefde er dus niet af. En nog mooier was dat hij dezelfde kleding droeg: een spijkerpak. Hij zat op zolder, op het kaartregister, de afdeling waar alle inwoners van Baarn, Soest en Eemnes geregistreerd stonden op kartonnen kaarten. Ik zou niet veel met hem te maken krijgen op het werk. Bert gromde hij toen we elkaar de hand schudden. Van der Neut vulde de chef aan.



   Neut deed zijn naam eer aan: als er uitjes waren, feestavonden of als we na werktijd naar de kroeg gingen met een stelletje van de jongeren waren zijn eerste woorden altijd: Geen gelul, allemaal twee bier!
En niemand die durfde protesteren. Het hakte er altijd stevig in en daarom zorgde ik er meestal voor niet te dicht in de buurt te blijven, dan kon ik het wat rustiger aan doen. Ook op kantoor lustte hij er wel één. Het was een publiek geheim dat zijn middelste bureaula gevuld was met blikken Heineken. Die gingen er 's-middags goed in. Vaak zag zijn afdeling kans om het werk voor de lunch al klaar te hebben. De middag werd dan al kaart-spelend doorgebracht. Dit was mogelijk omdat hun chef herstellende was van een beroerte en alleen maar 's-ochtend aanwezig was. Veel gevaar voor ontdekking was er niet, algeheel chef Van Oude Plateringen kwam altijd fluitend de trap op en omdat hij alleen maar de herkenningstune van Laurel en Hardy kende, hadden de gokkers (het ging altijd om geld) voldoende tijd om de kaarten onder hun schrijfblad te verstoppen.



   Eens bedreigde Neut mij. Ik liep de trap op naar de afdeling en vond het wel grappig om de tune van Laurel en Hardy te fluiten. Toen ik het kaartregister binnen kwam, moesten de anderen hard lachen, maar Neut niet. Godver, de godver! Volgende keer ram ik je voor je kop! Ik vond het verstandiger om dit geintje niet te herhalen. Toch werd het gokken op een gegeven moment ontdekt.
Het was het jaar waarin Feyenoord 11 punten voorsprong had op Ajax in de voetbalcompetitie. Neut voorspelde dat Ajax toch kampioen zou worden. De andere Bert van de afdeling, een gokkende en zuipende Jehova-getuige, wist zeker dat dit niet zou gebeuren. Hij durfde er wel duizend gulden op te zetten. Dat was nogal wat als je een salaris hebt van achthonderd.
Het onvoorstelbare gebeurde: Ajax werd kampioen. Betoalen, zei Neut. Andere Bert bezwoer dat het maar een geintje was, die weddenschap. Maar...Neut hield niet van geintjes. En dus kreeg Bert klappen en werd ondersteboven de trap gehouden.



   Van Oude Plateringen was niet geamuseerd van het gegil en gekrijs. De onderste steen kwam boven, de laden van Neut's bureau onderzocht: de speelkaarten en de biervoorraad ontdekt. Er kwam een gesprek met  het Hoofd van de Eenheid, de heer inspecteur B.R.Schuurman. Van Oude Plateringen pleitte voor ontslag. Maar B.R. was niet zo van ontslaan. Neut moest beloven zijn gedrag te verbeteren, dus niet meer gokken en geen drank meer op kantoor. En dan kreeg hij een nieuwe kans.
Veel veranderde er niet: er kwam een nieuw spel kaarten en de blikken bier verhuisden naar de dakgoot.
En Jehova-Bert moest toch betalen; Neut liet hem toe om gespreid te betalen, 12 maandelijkse termijnen.



   Op een gegeven moment kwam er wat vertier in het gebouw. De vaste schoonmaker had een tafeltennis-tafel in de aanbieding en het ding werd vanuit de koffiepot betaald. Voortaan konden we behalve naar buiten ook gaan tafeltennissen op de archief-zolder. Er zijn in Nederland vrij veel dagen dat het weer niet aantrekkelijk is om naar buiten te gaan, dus werd er behoorlijk gebruik van gemaakt.
Ondanks zijn overgewicht bleek Neut één van de betere spelers en hij bleek net zo fanatiek als met kaartspelen. Er werden wekelijkse kantoor-kampioenschappen gehouden en hij won regelmatig.



   De tijd was soms een probleem: de pauze duurde maar een half uur en soms was het potje nog niet af. Eens gebeurde dit terwijl Neut aan het spelen was. De pot was erg spannend, de tegenstander was één van de jongens van afdeling dossiers en deze gaf geen duimbreed toe. Het was al na één uur en wij konden geen van allen weg, wilden weten wie zou winnen. Chef De Wit kwam aangelopen: Jongens het is één uur geweest! De spelers zeiden geen woord, behalve als er gescoord werd. NU ophouden! zei de Wit.
Nog steeds geen reactie. De Wit deed een greep en kreeg het balletje te pakken. Wij toeschouwers hielden de adem in. Hier dat balletje! brulde Neut en hij leek wel een meter groter te worden in zijn woede. Zijn vrije hand was tot een vuist gebald. Er leken minuten voorbij te gaan...
De Wit haalde bakzeil en gooide het balletje op tafel en verliet de zolder. Neut won en we gingen allemaal weer aan het werk.



   Toen die maand voorbij was, was de loopbaan van Neut bij de belastingdienst ook voorbij. Hij had ontslag genomen. Jehova-Bert wist te vertellen dat hij onder druk was gezet om de dienst te verlaten.
Bij één van onze kroegen-tochten na kantoortijd kwamen we Bert tegen, hij had een nieuwe baan. Als nachtwaker had hij geen gezeik aan zijn kop, volgens hem. Het was de laatste keer dat ik hem trof, geen idee wat er van hem geworden is.
====================================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen