dinsdag 16 oktober 2012

Een schuurfeest

De kroeg was nog maar een paar stappen van me vandaan toen er een auto naast me stopte. Gillend oranje kever en de deur werd naast me open gegooid. "Instappen Ap, we gaan naar een schuur-feest!"
Zonder nadenken stapte ik in en ging naast Steef zitten. Gelijk kreeg ik een flesje bier van achter in mijn handen gedrukt: "Biertje?" De Knoest liet na het woord gelijk een enorme boer door de auto brullen.
Hij had al uit mijn flesje zitten drinken en pakte meteen maar een nieuwe voor zichzelf uit het krat naast hem. De dop ramde hij eraf met de portier-kruk. "Proost ouwe lul!"



Voordat ik mijn ranzige geest aan het werk kon zetten over dit feest, vertelde Steef dat het hier ging om een illegaal feest in een boerenschuur vlakbij een dorp in de buurt, laten we dat maar Blijkerk noemen. Hoe hij aan de wetenschap kwam dat er daar een feest was, wilde hij niet aan ons kwijt. Mijn flesje was inmiddels al leeg en ik gaf het blindelings door naar achteren en bleef met uitgestrekte arm zitten tot er een nieuw flesje in beland was. Ik hoorde De Knoest braaf mijn lege flesje in het krat terug zetten. We hadden al eens ervaren dat het niet echt raadzaam is om een flesje onder het rempedaal te krijgen en hadden ons aangewend om de flesjes keurig in het krat te houden.



Steef reed blijkbaar een beetje doelloos rond door wat wij de polder noemden. Alles wat niet bij de stad hoorde, viel daar onder. De weggetjes waren vrij nauw, maar hij reed als een volleerd rally-rijder met één hand op het stuur. Als hij moest schakelen stopte hij zijn flesje bier tussen zijn tanden of drukte het mij in de handen. "Bingo!", hij had blijkbaar lont geroken en sloeg een nog smallere weg in, die erg glibberig oogde door alle modder en mest die erover uitgesmeerd leek. Het weggetje werd een soort pad en eindigde bij een enorme schuur met de resten van een boerderij ernaast. Er stonden auto's, bromfietsen en fietsen her en der op wat eens het erf moest zijn geweest.



Toen we uit de auto stapten, kwam de stampende rock-muziek ons al tegemoet. We zaten goed, maar dat zat je altijd met Steef. We deden de deur open en een benauwde hitte werd me bijna teveel. De hete lucht was te snijden: zweet, bierdampen, de geur van hooi en koeienmest en een onbeschrijflijk mengsel van parfum-soorten. Bij de deur zat een jongen met een ziekenfonds-brilletje aan een tafeltje met een koekjes-blik voor zich. "Het is tien golden!" schreeuwde hij ons toe. We betaalden braaf, De Knoest moest ik natuurlijk voorschieten. Kwam wel goed, kwam altijd goed. Een stempeltje werd op onze pols gedrukt en het was gaan met die banaan.



Het was even zoeken door de zwetende dansende meute heen, maar we vonden het bier. Ze hadden er zelfs een vrij professionele biertap. Inmiddels was ik al geheel doorweekt van het zweet. Op deze na-zomeravond had ik alleen maar een t-shirt aan en mijn oude vertrouwde spijkerjasje, maar in deze sauna was alles teveel.
"Ik ga dansen!" riep Steef en hij dook in de dansende meute. Al gauw zag ik hem samen met een zeer aantrekkelijke brunette staan dansen. De Knoest was al boerend ook uit mijn zicht verdwenen. Omdat mijn dansen meer weg heeft van de bewegingen van een manke dromedaris, besloot ik met een biertje in mijn hand een beetje de boel te verkennen.



Een blond meisje in een bloemetjesjurk kwam in mijn richting en ze lachte vriendelijk in mijn richting. Ik had haar nog nooit eerder gezien, maar het leek alsof ze op een bekende afstapte. Voor de zekerheid keek ik achterom, maar die "bekende" moest ik zijn. "Hee, Willem! Hoe is het?" riep ze in mijn oor. "Sorry, ik ben Willem niet. Ik heet Ap." schreeuwde ik in een welgevormd oor. We raakten toch aan de praat, eigenlijk aan de schreeuw en ik haalde een drankje voor het lieve kind. Ze kwam uit Blijkerk zelf; we hadden verder wat overeenkomsten, allebei gingen we bijvoorbeeld niet veel uit. (Ik loog niet: ik ging nooit uit in Blijkerk of omgeving.)

Met ons glas in de hand waren we ongemerkt toch een beetje op de muziek aan het meebewegen. Ik kreeg het er nog warmer van. Opeens een kreet naast ons: "Ap, ben je je aan het verstoppen?" De Knoest lachte boven de muziek uit. "Hee, Geile", zei hij tegen mijn bloemetjes-meisje, "trek eens aan mijn vinger!"
Het arme kind deed het ook nog en de bulderende scheet klonk nog harder dan zijn lach. Het meisje maakte zich met rode konen uit de voeten. "Bedankt, LUL!", zei ik. Volgens de Knoest had het meisje een varkenskop, waarop ik hem aanraadde om eens bij de brillenwinkel langs te gaan. En ik besloot om haar te gaan zoeken, we waren immers nog niet uitgepraat.



Dat viel niet mee, dat zoeken tussen een paar honderd half-bezopen dansende personen.
Al zoekend was ik weer bijna bij de uitgang. Ik meende geluid te horen dat niet bij de muziek hoorde: zware motoren. Maar even later was dat geluid weer weg. Ik had het toch goed gehoord, bleek later, stampend met hun zware laarzen kwam een stel motor-jongens binnen. "Shit! Hell's Angels!", klonk het naast me.
"Tien golden!" zei de jongen bij de deur. "Hier zijn ze!" schreeuwde de voorste motorduivel naar hem en gaf een gerichte kopstoot. Het bloed spoot uit het voorhoofd van de jongen en ik zag één brillenglas uit een wond steken.

Held als ik was, was ik een ommezien een behoorlijk stuk verwijderd van dit tafereel. De Helse Engelen wilden duidelijk hun eigen feest gaan bouwen en begonnen her en der wat om zich heen te gooien. Ze hadden duidelijk dorst, waren op weg naar de bierpomp, maar werden opgehouden door een stel jongens die ik nog niet eerder had opgemerkt. Dit was een soort orde-dienst, het feest was echt heel goed georganiseerd. Nu werd het pas echt knokken!
Dankzij een soort oer-instinct zag ik kans om in een ommezien buiten te belanden. En net als een grote groep ging ik op weg naar een plek wat van de schuur vandaan, halverwege het modderige pad onder een eenzame lantaarnpaal. Ik keek eens om me heen, maar zag alleen maar meisjes die met hun mooie schoentjes in de drek wegzakten. Bijna niemand had kans gezien een jas mee te graaien en het was nu aardig fris buiten.



Een groot gedeelte was aan het huilen en ridder als ik ben bood ik mijn schonkige schouders aan. Een paar meisjes snikten het bij mij uit, om vrij snel daarop een vriendin te ontwaren. En dan bleken ze liever op elkaars schouders te willen huilen. Ik stond er wat klungelig bij tot een werkelijk adembenemende schoonheid zich op mijn schouder wierp. Algauw mengden haar hete tranen zich met mijn zweet. Ik drukte haar maar eens stevig tegen me aan, misschien dat dat zou helpen. Ze rilde en ik bood haar mijn bezwete denim jasje aan. Ze wilde het niet, had zeker al gevoeld hoe nat het was. Ik bezwoer haar dat de politie al onderweg was.
Hoe ik dat wist, was voor mij ook een raadsel, maar na een minuut of tien bleek het nog waar te zijn ook.



"Clau!" was het opeens achter me. "Robbie!", zei ze en begon nog harder te huilen bij de aanblik van zijn gezicht. Gedroogd bloed onder zijn neus en een gescheurde lip. Hij had haar jasje meegenomen en sloeg het over haar schouders. "Tot kijk." bracht ik uit. "Vergeet dat maar!" snauwde Robbie voor zijn beurt en ze liepen weg. Ze keek niet eens even om.
Een oranje kever stopte naast me. "Ik wist het!", hoorde ik De Knoest roepen vanaf de achterbank, "Waar zou hij anders kunnen zijn dan tussen de wijven!" Hij had alweer een flesje aan zijn mond en reikte mij er ongevraagd één aan.
"We moeten even naar de EHBO!" zei Steef. Hij deed het licht aan in de auto en ik zag dat iemand hem met iets dwars door zijn leren jasje had gestoken. Hij wilde geen bier.
Na een eindje rijden, meende ik het meisje met de bloemetjesjurk op een fiets te zien. Steef wilde niet even stoppen, wilde de polder snel uit. Jammer, hoor!
==========================================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen