zondag 8 februari 2015

Sou Nen

Het was Adrie's beurt om te kiezen waar we de pauze zouden doorbrengen. De meeste collega's bleven zoals altijd hangen in de kantine, waar je bolletjes met kaas of ham kon kopen met een kopje waterige soep. De kaas deed me altijd denken aan steunzolen en ik hield me altijd verre van de ham, die velen maar bedekten met een laagje mosterd om er toch wat smaak aan te geven.

Adrie en ik waren altijd blij om even weg te zijn van het kantoor waar overal een muffe geur hing. "De lucht van belegen dossiers" zoals wij dat noemden. Zelfs in de kantine rook je het, het leek in de kleding van de medewerkers te blijven hangen. Net als mijn enige vriend in het bedrijf was ik er ook niet happig op om een lunch-pakketje van thuis mee te nemen, Daarom waren we in ons vrije uurtje te vinden in cafeetjes en dergelijke, waar we een omelet of een Russisch eitje bestelden met een koffie of als het warm was, een biertje.

Hij koos er deze keer voor om naar een Chinees restaurant te gaan, een paar straten van het kantoor verwijderd. Onderweg kwamen we een straatmuzikant tegen die "Mister Tambourine Man" mishandelde. "Je moest je schamen", riep Adrie, "je zou ons moeten betalen om dit aan te horen!" Hij deed alsof hij een duik zou doen in het sigarenkistje waar een paar munten in lagen. Het lied werd onderbroken met een vloek en een soort dreiging met de gitaar. Lachend liepen we verder terwijl de muzikant een ander lied onder behandeling nam.

Het Chinese restaurant had een afhaal-gedeelte, waar we doorheen liepen om bij de tafeltjes te kunnen komen. Mijn vriend liep er doorheen alsof hij een vaste klant was, die zelfs een favoriet tafeltje had. Toen we zaten en het menu doornamen, vroeg ik er naar. Ik had het goed, hij kwam hier wel meer. Mij viel op dat hij wat onrustig om zich heen keek. Een oudere Chinese mevrouw stond achter de afhaalbalie, die tevens als bar diende. Zij riep iets onverstaanbaars naar achteren en even later verscheen een jonge superslanke Chinese aan ons tafeltje.

Adrie had opeens een hoogrode blos op de wangen. Ik keek eens goed: de Chinese was of leek vrij jong en had een beeldig gezichtje. "Kan ik de bestelling al opnemen of wilt U eerst nog even verder in het menu kijken?" vroeg ze in vrijwel vlekkeloos Nederlands. We bestelden allebei een loempia speciaal en een biertje. Terwijl ze wegliep kon ik het niet laten om wat te zeggen: "Nu snap ik waarom we hier naar toe gingen! Pas op dat je niet gaat kwijlen." Adrie werd nog roder in zijn gezicht en ik besloot om het hem niet moeilijker te maken.

Hij had het al moeilijk genoeg: elke keer als ze aan ons tafeltje kwam (met de loempia's, het bier en de rekening) had hij moeite om uit zijn woorden te komen. Als ze wegliep keek hij haar zuchtend na.
Op de terugweg naar kantoor bekende hij dat hij dacht verliefd te zijn. Hij gaf zichzelf alleen weinig kans bij zo'n leuk meisje met zijn dunne, al wijkende haardos en zijn flaporen. Ik probeerde hem wat moed in te praten; "Je kan het altijd proberen. Vraag haar gewoon mee uit." Hij zuchtte mismoedig.

De volgende pauzes gingen telkens weer naar het Chinese restaurant. Adrie bestelde soms naast de inmiddels traditionele loempia een tomatensoep, waar hij grote hoeveelheden sambal doorroerde. Na een week ving ik de naam op van het meisje, dat blijkbaar elke dag werkte. Sou Nen werd door haar moeder, of oma, of tante, geroepen toen wij weer eens binnenkwamen. Vanaf nu moest ik zo nu en dan haar naam horen. Mijn vriend sprak het uit alsof hij iets heel lekkers proefde.

Na een paar weken klonk het naast me, onderweg naar kantoor: "Vrijdag ga ik het vragen. Ik ga het doen." Ik knikte alleen maar; het zou me benieuwen of hij de moed kon vinden.
Die vrijdag was hij erg stil op weg naar restaurant "De Lange Muur", het zweet stond op zijn voorhoofd en hij keek met een lege blik voor zich uit. Zelfs de erbarmelijke straatmuzikant was deze keer veilig.

We namen weer plaats aan ons gebruikelijke tafeltje terwijl Adrie deze keer inwit leek. Hij zuchtte en wiste zich met het servet het zweet van zijn voorhoofd. De oudere mevrouw riep zoals altijd iets naar achteren. Toen ik die kant opkeek, zag ik een oudere Chinese onze kant opschuifelen. Ze leek sprekend op de mevrouw achter de afhaalbalie. Misschien haar zus? Adrie zag het nu ook en mompelde iets binnensmonds. Als altijd werd de loempia weer besteld, met een biertje erbij. De fooi die mijn vriend meestal gaf, bleef deze keer vrijwel achterwege.

Het Chinese restaurant werd nog een paar keer bezocht, totdat Adrie voorstelde om een uurtje te gaan biljarten in plaats van die eeuwige loempia te eten. Sou Nen zagen we nooit meer.
=======================================================


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen