zondag 17 augustus 2014

De Moppentapper

In de beginjaren '80 openbaarde zich het fenomeen van de commerciele telefoonlijnen. Achteraf kun je stellen dat de zogenaamde hijglijnen de belangrijkste exponent van dit gebeuren was, maar in het begin was ook de Geinlijn erg populair. Zelf heb ik dat nooit zo begrepen en ik was zeker de enige niet. Max Tailleur begon bijna altijd met "Sam en Moos lopen door de Kalverstraat..." of iets dergelijks en daarna was het gewoon niet meer te verstaan. De paar minuten van dit contact werden dan afgesloten door blikkerig gelach.

Op kantoor hadden we de Geinlijn niet nodig. We hadden immers onze eigen Ruud. Hij had alles tegen wat je maar tegen kon hebben: slungelige gestalte; rotte tanden in zijn mond; zweetlucht en hij had grote puisten in zijn gezicht met van die vieze gele punten. Hij woonde in bij zijn bejaarde vader in een huis vol meubilair dat overduidelijk voor de tweede wereldoorlog was aangeschaft. Veel aanloop hadden ze niet en zelf gingen ze ook nooit uit. Maar onze Ruud kon iets erg goed: hij had altijd een goede grap paraat en kon ze smeuig vertellen.

Als wij ons een beetje verveelden - er was gewoon niet genoeg werk voor allemaal - vroegen we Ruud om een mop. Hij had er elke dag wel een of twee. Dan luisterden we allemaal en gingen daarna weer terug naar ons eigen bureau. "Die Ruud! Die kan je er wel bij hebben!"
Ruud zat dan nog een paar uur na te glimmen over zijn succes. Anderen probeerden ook wel eens iets uit, maar het was bijna altijd wat flauw. Tegen Ruud kon niemand op.

Na bijna een jaar in dit kantoor gewerkt te hebben, moest ik een cadeau voor mijn vader kopen. Zijn verjaardag was angstig dichtbij en ik had geen idee wat ik hem kon geven.
Het aanhoren van een goede grap van Ruud gaf mij een idee. Ik zou hem een moppenboek geven. Mijn vader kan zeer smakelijk lachen om een goede mop. Hij zou het vast wel waarderen.

In de boekwinkel zag ik een aantal boekjes, meestal waren ze nogal dun en zagen er goedkoop uit. Dat zou een beetje een triest cadeau zijn. Tot mijn geluk zag ik ook een moppenkalender. Het was er eentje van het vorig jaar, maar het zou in ieder geval een geschenk van enig gewicht zijn. Het was een scheurkalender: "De Moppenkalender. Om elke dag te (be-)scheuren."

Mijn vader was inderdaad in zijn nopjes toen hij mijn cadeau kreeg. De kalender kreeg meteen een ere-plaats in de wc. Hij sloeg een spijker in de muur en de kalender kreeg een touwtje door de twee gaatjes bovenin.
Voordat hij hem ophing, las mijn vader de eerste mop voor. Ik herkende hem meteen, die had ik al van Ruud gehoord. Toen ik later naar de wc ging, bladerde ik de kalender door. Ik kende bijna elke mop, helemaal letterlijk. Ruud leerde blijkbaar een paar moppen uit zijn hoofd voordat hij naar zijn werk ging.

Op kantoor vond ik de moppen opeens zo leuk niet meer, maar ik kon het niet over mijn hart krijgen om de collega's over mijn ontdekking te vertellen. Gelukkig duurde mijn geheimhouding niet erg lang: na een paar maanden werd ik overgeplaatst naar een kantoor waar geen werk, maar mankracht tekort was. Ik ben nooit meer terug geweest naar het oude kantoor. Wie weet: misschien vertelt Ruud zijn moppen nog steeds.
===========================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen