vrijdag 14 juni 2013

Het is ook altijd wat!

De busdienst is wel eens meer onregelmatig, maar deze keer wordt het wel erg bont gemaakt. Wij vieren staan uitvoerig te mopperen bij de bushalte op Anglia Square. Het voelt vertrouwd, als het mopperen op het weer in Nederland. Daar maken ze hier in Norwich geen punt van: het is zoals het is. Maar de bus is een favoriet onderwerp. Omdat er hier afdankertjes uit Wales rijden, begeven ze het regelmatig. En dan zit je dus een kwartiertje of langer te wachten op een vervangende bus. Regelmatig komen er bussen langs van andere busdiensten een enkele van First. ("Last" in de volksmond.)



De jongste van het stel, een keurige heer in zo'n klassieke regenjas, doet iets waar de rest nog niet op is gekomen: hij draait zich om. En begint meteen te vloeken. Er blijkt een bericht achter ons te zijn opgehangen: de straat verderop is opgebroken en de rest van deze dag is de bushalte buiten gebruik.
De mijnheer loopt weg van de bushalte, in de richting die je niet zou verwachten: verder weg van zijn bestemming volgens mij.
De rest, een wat oudere man met een enorme zonnebril en een wat oudere mevrouw en ik, kijken de man in eerste instantie besluiteloos na. Maar wij mannen beslissen al snel om in de tegenovergestelde richting naar de eerste bushalte na de opgebroken weg te lopen. De mevrouw loopt terug in de richting van de winkels: zeker iets vergeten te kopen.



De man met de zonnebril blijkt een gezellige prater; alleen jammer dat ik het plaatselijke dialect nog steeds niet goed kan volgen. Het klinkt mij als een soort Fries in de oren. Maar zo nu en dan vang ik iets op wat ik wel begrijp en ik probeer dapper mee te kletsen. We passeren The King's Head en ik moet me vermannen om niet even binnen te lopen. Maar ja, die boodschappen komen niet vanzelf thuis natuurlijk.
Hij keert zich na een aantal minuten lopen even om en kijkt terug in de richting vanwaar we gekomen zijn. Hij vraagt zich af waar zij blijft, zegt hij. Ik kijk met hem mee, maar ik zie niemand die op haar lijkt.



De straat blijkt verderop inderdaad opgebroken, ze zijn weer een gat aan het graven. Het zal wel weer een gaslek zijn, opper ik. Mijn metgezel is het met me eens. We steken de drukke weg erna over en arriveren bij de bushalte.
Het begint aarzelend te druppelen. "Zal je net zien" , zegt de man, "weken wachten we op regen en nu komt het op een ongelegen moment".
"Ach", zeg ik, "hoef je de tuin niet te sproeien vanavond". Hij lacht eens en vertoont dan een brede glimlach onder zijn zonnebril. En jawel, daar komt de oudere mevrouw aangelopen.



Hij loopt op haar af en begint een lang verhaal in dat moeilijke taaltje te vertellen. Zij knikt zo nu en dan begrijpend. Als de druppels heviger worden, diept zij een plastic kapje uit haar boodschappentas en drapeert het op haar hoofd. Ze is nog niet klaar of bus 11 komt aangereden. Ik wil het stel voor laten gaan, maar ze beslissen anders: ik ga voor. Ik ga naast een man met rasta-haar zitten, zodat de twee oudjes naast elkaar kunnen zitten. Dat doen ze echter niet. Hij gaat een paar stoelen van haar vandaan zitten.



Toevallig moeten ze er bij mijn halte ook uit. Het is harder gaan regenen en ze klapt een opvouwbare paraplu open. Die krijgt van een plotselinge windvlaag een enorme oplawaai en klapt binnenstebuiten. Ze krijgt hem niet meer goed. Terwijl ik op de knop druk van de voetgangersoversteekplaats, zie ik dat de man met de zonnebril ook een paraplu heeft. Hij klapt hem open en biedt haar beschutting aan. De kapotte plu gaat in haar tas en als het licht groen is, steken we met zijn allen over. Ik moet daarna naar links en zij naar rechts.
"Ik loop wel even met je mee", biedt hij galant aan.
"Dat is lief van je", hoor ik haar reageren.

Iets verderop moet ik naar rechts, mijn straat in. Ik kijk nog even om, verwacht eigenlijk dat ze gearmd zullen lopen. Maar dat is niet zo. Wel is duidelijk dat hij nog veel meer te vertellen heeft.
===================================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen