donderdag 27 december 2012

Verschil moet er zijn

   In de jaren zeventig was automatisering een woord dat nog niet veel mensen kenden en al helemaal niet bij de Belastingdienst. Aangiften werden nog bijna handmatig verzonden, door de mensen met de pen ingevuld en per PTT-post ingezonden, of door de belastingplichtigen persoonlijk naar het Belastingkantoor gebracht.

                                          Het voormalige gebouw van de Belastingdienst in Baarn

   Daarom was het druk aan de balie en wij die de biljetten in ontvangst namen, wierpen deze in één van de drie bakken: Baarn, Eemnes of Soest. Sommige mensen hadden andere verwachtingen; zo bleef er een heer met een druipsnor bij de balie staan nadat zijn aangifte in de bak was gegooid. Is dit alles? Weet u wel wie ik ben? Ja, hoor: ik las zijn naam hardop vanaf het biljet. Maar ik ben Chiel Montagne! Ook dit wist ik wel, maar we hadden geen fanfare-korps klaarstaan om dit historische gebeuren op te fleuren. Teleurgesteld droop hij af.


                                                                 Chiel Montagne

   Maar voor sommige mensen gelden andere regels. Zoals elk jaar dat ik er gewerkt had, was er ook dit jaar een telefoontje naar onze chef Van Oude Plateringen. Het Hoofd van de Eenheid aan de lijn. De chef sprong op van zijn stoel en salueerde nog net niet. Ja, mijnheer! Nee, mijnheer! Komt in orde mijnheer!
En de chef marcheerde naar onze afdeling. Één van ons had iets korter haar, ietsje over zijn oren en had een rijbewijs.  Joop, Minister Van Doorn heeft zijn aangifte klaar. Neem de dienstauto en ga hem even ophalen. En dus liep Joop met zijn jas aan de afdeling af. De dienstauto was een erg luxe benaming voor de versleten Daffodil met onbestemde kleur die naast de ingang van het fietsenhok stond.

                                         Daffodil

   Wij waren niet erg verbaasd toen Joop na een half uurtje hoofdschuddend terugkwam. Het oude kreng deed het weer niet. Koen moest even meegaan; hij had nog eens blauwe maandag bij een garage gewerkt. Maar ze kwamen na weer een kwartiertje beide terug. Niet aan de praat te krijgen!
Één van de anderen bood zijn diensten aan. Een belachelijk idee volgens Van Oude Plateringen: je kon toch niet met een oude versleten Eend voor het huis van de Minister opduiken. Nee, hij wist de oplossing!

                                                        Minister Van Doorn

De Referendaris had zijn auto voor het gebouw staan: dat was tenminste een representatieve auto! Een oude, maar zeer goed gesoigneerde Opel Commodore. Al kuchend kwam hij met de chef meelopen, Ache, Ache, Gurg. Erg fris klonk hij nooit, maar hij leek me gezonder dan de Daffodil. En hij was er klaar voor: de onderscheiding wegens veertig trouwe dienstjaren op zijn revers.

                                         Opel Commodore

   Dit leek te werken; in ieder geval kwam Joop weer heelhuids terug. Hij liep meteen door naar de chef.
En die ging op zijn beurt weer naar het Hoofd van de Eenheid. Er was niemand thuis geweest. Achteraf hoorden we dat de Minister weer gebeld had en had geklaagd dat het allemaal veel te lang geduurd had. Er werd een afspraak gemaakt en de volgende dag rond een uur of elf haalde - Ache, Ache, Gurg - de referendaris persoonlijk het biljet. Uiteraard ging deze niet in de normale bak, maar werd rechtstreeks naar het Hoofd van de Eenheid gebracht. En er kwam een mecanicien om de dienstauto weer te repareren.
===================================================

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen