vrijdag 21 december 2012

John

   Voor de meeste collega's op het belastingkantoor was John een stug persoon. Dodelijk verlegen voor het vrouwelijk geslacht en op zijn hoede voor de mannen. Een paar onschuldige pesterijtjes heb ik zelf gezien, maar ik ben er zeker van dat er in zijn jeugd problemen moeten zijn geweest.
Op kantoor werd er gebruik van gemaakt dat hij een bloed-fanatieke Feyenoord-supporter was. Elke keer als zijn cluppie verloor moest hij het weer ontgelden. Stond een doelman genaamd Grim doelpunten in de weg, dan kreeg hij een briefje op zijn bureau met: Feyenoord verliest Grimmig duel. En als Mario Been telkens voor open doel miste dan heette het: De Feyenoord-fans zagen er geen Been in. Als zijn team echt slecht had gespeeld of verloor van Ajax dan ging zijn deur op slot en wilde hij niemand zien.



   We hadden wat overeenkomsten, bleken beide een bloedhekel te hebben aan de urenlange zinloze vergaderingen die door de meeste team-managers amper in de hand werden gehouden. Dan zat je weer een uur een collega aan te horen die zulke moeilijke gevallen moest behandelen. De rest had natuurlijk helemaal niets aan dat geklaag en oplossingen werden er ook nooit aangereikt. Wij zaten het geduldig uit en raakten naderhand vaak aan de praat.

   Allebei hadden we een - zoals wij dat noemden - briljante schoolloopbaan achter de rug. Vier jaar gymnasium had ons klassiek geschoold, weliswaar zonder diploma maar onze kennis was bepaald breder dan de gemiddelde ambtenaar. En dat vertaalde zich bij John in een breed scala aan interesse-gebieden. Dat er collega's waren die dachten dat hij niet erg veel inhoud had vanwege zijn stille aanwezigheid, maakte hem niets uit.



   Er was een tijd waarin ik hem veel moest spreken. Ik was opgezadeld met de opdracht het verwerken van bezwaarschriften te versnellen en John bleek een probleem-geval volgens de statistieken. In die tijd was de theorie dat als je problemen (bezwaarschriften) creëerde, je die zelf ook maar moest oplossen. Het bleek dat  John van zichzelf vond dat hij uitermate soepel was in zijn werk en hij accepteerde het eigenlijk niet dat mensen over hem gingen klagen. Hij voelde zich in zijn integriteit aangetast. Het was lastig om hem te bewegen om er op een andere manier naar te kijken. Uiteindelijk bleek mijn eigen simpele credo nog het meest aan te spreken: Het is een spel met hun knikkers.



   John was een zeer goede biljart-speler. Dat ik libre speelde en hij drie-banden hielp me niets. Ik verloor altijd kansloos. Snooker bracht een beetje uitkomst voor mij, soms zag ik kans om te winnen. Niet erg verwonderlijk, ik introduceerde het spel bij hem. Het was altijd leuk, paar Belgische biertjes erbij hielpen ook. Het maakte hem stukken vrolijker.

   Muziek was een grote liefhebberij voor hem, zijn kennis van klassieke muziek was verbazingwekkend. Ik liet hem wat moderner werk horen. Het was een openbaring voor hem dat er ook bij popmuziek mooie stukken konden zitten. Een bloedhekel had hij aan draai-orgels, liep er altijd langs met de vingers in zijn oren. Sommige straatmuzikanten kregen te horen dat het een schande was wat ze produceerden. Eenmaal was ik er getuige van dat hij geld uit de hoed van een Oost-Europeaan met viool dreigde te halen. Potverdomme, ik eis een schade-vergoeding voor dit gemartel!



   Ik werd na een aantal jaar overgeplaatst naar mijn eigen woonplaats en John belde me regelmatig. Het was helemaal niet leuk meer volgens hem. Ondanks dat hij vlakbij kantoor woonde, wilde hij er eigenlijk weg. Er was geen kans op en we konden ook niet meer zo veel snooker spelen als voorheen. Inmiddels had ik twee kinderen en dat brengt weer andere zaken met zich mee. John werd helaas ziek, kanker en liet zich in zijn geliefde Rotterdam behandelen. Als ik hem bezocht, viel hij gewoon op door zijn vrolijkheid in dat sombere gespecialiseerde ziekenhuis. Maar het ging niet goed, John kreeg een stoma.

   Het was verbazingwekkend dat hij me op een gegeven moment belde. Hij was thuis, met stoma en al, en verveelde zich uit de naad. Hij wilde nog eens snookeren en uiteraard weigerde ik niet. Het kon nog net voordat ik op vakantie zou gaan.
Hij stond al naast de snooker-tafel toen ik binnen kwam. En het moest ouderwets gezellig worden! Kan me niks verdommen, ik wil een lekker Belgisch biertje! Ik raadde het af, kan toch niet met een stoma! Nou ik kan dat wel!



   Het spelen was ouderwets, hij speelde bijna nog sterker dan eerst. Maar moest dus wel met een handicap spelen. Ik dacht iets te ruiken, hij vloeken en op naar de wc. Klote stoma! Maar hij kwam gewoon terug en we reserveerden de snooker-tafel een extra uurtje. De prestaties van Feyenoord werden natuurlijk ook doorgenomen en dat maakte hem extra gelukkig. Ze stonden bovenaan en speelden de sterren zowat van de hemel. Na het uurtje moest ik toch echt mijn trein halen. We liepen samen naar het station. Zijn bus was er al en we drukten elkaar snel de hand. Tot gauw! Hij draaide zich nog een keer om voor hij instapte: Fijne vakantie!

   Het was inderdaad een fijne vakantie. Minder fijn was dat er een uitnodiging op de mat lag toen we terug kwamen. Voor de begrafenis van John.
====================================================
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen