zondag 4 november 2012

Tom en André

In Nederland word je geacht je aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting naar waarheid en zonder voorbehoud in te vullen. Maar een ieder weet dat als je zo'n formulier voor je hebt, dat dan je creativiteit tot ongekende hoogten kan stijgen.
Dat was in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw niet anders en het werd nog eens versterkt doordat de tarieven hoog waren (tot 72%) en er veel mogelijkheden waren voor gereguleerde aftrek van nogal wat zaken.



En het was aan de belasting-ambtenaren om werkelijkheid en fantasie uit de aftrekposten te schiften. Dit leverde een flinke portie werk op. Zo belandden er dikke ordners met facturen, schoenendozen vol bonnetjes en volgeschreven agenda's op de bureaus. Soms kostte het nakijken van één aangifte dagen werk  en het was nog wel eens vergeefs werk. Aan zo'n aangifte was natuurlijk niet te zien of je met een eerlijk iemand van doen had, of met een persoon met een bovenmaatse duim.

Ik herinner mij dat ik brieven schreef, telefoneerde of bij mensen langs ging. Het leverde me prachtige zinnen op, zoals: "Het bevreemdt mij dat u met een zakenpartner uit eten gaat op de verjaardag van uw zoontje en dat deze zakenpartner een kinder-pannenkoek en een kinder-ijsje eet." Of: "Bijzonder dat u tijdens uw vakantie in de Verenigde Staten kans ziet om in Hannover (Duitsland) te gaan tanken." Sommige gezinnen waren volgens de aangifte totaal uit elkaar: vader zat volgens de papieren dag en nacht in zijn studeerkamer die precies 1/3 van het huis was. (Leverde aftrek op van 1/3 van huur en electra en gas.) En dan ging je onverwacht op bezoek en bleek de "studeerkamer" een inloopkast te zijn met een berg ongeordende papieren erin. En bij navraag bleek de geachte belastingplichtige een foutje gemaakt te hebben: het was 1/30 deel van het huis. Sorry!



Het maakte mij meestal niets uit, waarom boos worden? Ik beschouwde dit werk als een spel met HUN knikkers, verliezen kon ik immers niet. Sommige mensen waren slechte verliezers en beklaagden zich dan over de toon van mijn brieven. Want ja, een zeker cynisme is me niet vreemd.
Er waren zeer ervaren collega's die dit soort werk met een bittere agressie deden. Echt leuk is het natuurlijk niet om er altijd van uit te moeten gaan dat je belazerd wordt. Het leverde jarenlange vetes op en soms kon je telefoongesprekken dwars door muren heen horen. "Weet u wat ik met die kosten van u ga doen? De bijl gaat erin!!!" Of: "Wat kan mij het schelen dat u gehandicapt bent! U krijgt de aftrek niet!"
Ik hoorde via via over collega's aan wie aangeraden werd om hun vrouw maar te waarschuwen, "die stations-trap is erg onveilig". Nee hoor, natuurlijk was het geen dreigement...



Onder de collega's waren een aantal clubjes ontstaan en één daarvan kwam samen in de kamer tegenover de mijne. Collega André kwam altijd stipt om 10 uur met zijn pakje shag onder de arm naar de kamer van Tom.
In een schriftje werd bijgehouden wie de koffie, wie de suiker en wie koffiemelk had gekocht. En ze konden uren bomen over de werkdruk die dus eigenlijk onhoudbaar was.



Het was bekend dat er wat trucs ontstaan waren. Zo hadden enkele collega's buffers, eenvoudige gevallen die af waren werden in de eigen kast gelaten. En bij een week met een tegenvaller, zoals zo'n bewerkelijke aangifte, was het gewoon een kwestie van de productie aanvullen met dit soort simpele zaken. En dan was de norm toch gehaald. Maar gebruikelijker was om moeilijke, bewerkelijke gevallen onderin de kast te bewaren. En aan het eind van het jaar en soms op andere momenten kwam er toch wel een oproep om honderden aangiften blind weg te stempelen. Hup, een S van spoed erop. En dan was "de troep" mooi weg.



Maar een nieuwe manager betekende het einde van dit systeem: er kwam een strikte planning en een aantal medewerkers werd gevraagd om er het oog op te houden. Ook ik liet me strikken en dat leidde ertoe dat ik soms de kamers langs ging met de mededeling dat er wegens ziekte van één onzer die week wat meer geproduceerd moest worden. Overlaadden met vloeken ging ik dan de deur weer uit. En uiteraard verdubbelde het geklaag over de werkdruk.

Tom was hier erg gevoelig voor, zoals hij toch al kwetsbaar was. Er werden soms weddenschappen afgesloten hoe snel het zou duren om hem ziek naar huis te laten gaan. En dan hoefden er maar één of twee aan hem te vragen of hij zich wel lekker voelde, hij zag zo pips. En dan duurde het meestal geen uren voordat we weer hoorden: "Ik voel me heel niet goed. Willen jullie me ziek melden?" En dan sukkelde hij weg, met zijn aktetasje. En dan hoorde je André des te harder roepen dat we er allemaal onderdoor zouden gaan.



Op een dag werd ik gewenkt door een andere collega. Het was bijna half vijf. Hij wees op de deur van Tom en fluisterde dat het daar niet goed ging. Deze werkte tot vier uur en had dus al een half uur weg moeten zijn.
Volgens de collega stond Tom achter de deur te wachten tot de gang zonder mensen was. Ik bleef even bij hem staan en inderdaad werd de deur een paar keer geopend en keek Tom spiedend rond. Nadat hij ons zag staan, werd de deur weer haastig gesloten. We bleven tot vijf uur staan en vonden het toen welletjes.
Ik heb de manager de volgende dag verteld dat er problemen waren, maar deze vertelde mij dat Tom daar dan toch echt zelf mee moest komen.



Na een week kwam het nieuws van de manager: Tom had om demotie gevraagd, hij kon de druk niet meer aan. De resterende medewerkers van de groep moesten zijn werk overnemen. De sfeer werd er niet beter op en ik besloot om overplaatsing aan te vragen. Ik was "besmet" omdat ik voor de vijand (lees management) werkte. De overplaatsing lukte en het contact met mijn oude collega's ging volkomen verloren. Ik was er niet rouwig om.



Via via hoorde ik binnen een jaar dat André wegens een hartaanval was overleden.
Het één en ander heeft me later wel aan het denken gezet. Uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat niet iedereen even hard kan werken, ook niet met geestelijke arbeid. Het is dus aan een goede manager om medewerkers niet bovenmatig aan te jagen. En met mijn rol in het geheel was ik achteraf niet blij.
=============================================================

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen